ABRvS 3 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2245
Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij strafbeschikking heeft het openbaar ministerie aan [appellant] een boete opgelegd. [appellant] is hiertegen in verzet gegaan. Bij vonnis van 18 juli 2019 is [appellant] bij verstek door de kantonrechter veroordeeld tot een boete van € 140,00 wegens het overtreden van artikel 4:18, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Schiedam 2013, het verbod op recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein. [appellant] heeft toegelicht dat hij dakloos is en geregeld buiten slaapt. [appellant] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Gelet op artikel 410a, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering, moet de voorzitter van het gerechtshof verlof verlenen voor de behandeling van het hoger beroep, omdat de boete die aan [appellant] is opgelegd lager is dan € 500,00.
De uitspraak op rechtspraak.nl