ABRvS 3 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2242
Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand aan [appellant] afgewezen. Bij strafbeschikking van 17 december 2018, heeft het openbaar ministerie aan [appellant] een boete van € 900,00 opgelegd wegens het overtreden van artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969., Hiertegen heeft [appellant] verzet ingesteld. Hij is bij deze procedure bijgestaan door advocaat mr. M.J.G. Schroeder (hierna: de advocaat). De kantonrechter heeft [appellant] bij vonnis van 9 april 2019 een boete opgelegd van € 450,00. [appellant] heeft tegen het strafvonnis hoger beroep ingesteld. Gelet op artikel 410a, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering (hierna: Sv), moet de voorzitter van het gerechtshof verlof verlenen voor de behandeling van het hoger beroep, omdat de boete die aan [appellant] is opgelegd lager is dan € 500,00.
De uitspraak op rechtspraak.nl