ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1994
Bij besluit van 7 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk het verzoek van [appellante] om haar in de basisregistratie personen in te schrijven op het adres [locatie] te Harderwijk, niet ingewilligd. [appellante] heeft de Marokkaanse nationaliteit. Op 7 oktober 2020 heeft zij het college verzocht haar in te schrijven in de brp. In het besluit van 9 maart 2021 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat [appellante] niet voldoet aan de in artikel 2.4, eerste lid, van de Wet brp neergelegde vereisten voor inschrijving. Zij heeft namelijk geen rechtmatig verblijf. Dat zij op 2 januari 2020 een aanvraag heeft ingediend voor afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt (hierna: artikel 9-document), maakt geen verschil. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag namelijk op 30 oktober 2020 afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl