ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1993
Bij besluit van 7 februari 2019 en nader besluit van 17 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag informatie aan [appellant] verstrekt over de verwerking van zijn persoonsgegevens door de gemeente Den Haag. appellant] heeft het college met een beroep op artikel 15, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming, verzocht hem te informeren welke hem betreffende persoonsgegevens door de gemeente zijn verwerkt. In dit verband heeft hij onder meer genoemd de gegevens over en verbonden aan het door hem gebruikte IP-adres en de gegevens die zijn verwerkt in verband met een door de gemeente verwijderde fiets. Verder heeft hij verzocht om inzage in de e-mailcommunicatie die tussen hem en de gemeente heeft plaatsgehad. Bij de besluiten van 7 februari 2019 en 17 april 2019 heeft het college overzichten aan [appellant] verstrekt van zijn persoonsgegevens die door de gemeente zijn verwerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl