ABRvS 29 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1840

Bij besluit van 23 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant sub 2] een boete van € 20.250,00 opgelegd voor het overtreden van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet als gevolg van gebreken in en aan de woning op het adres [locatie 1] te Utrecht (hierna: de woning) en hem onder oplegging van een dwangsom van € 15.000,00 gelast om die gebreken vóór 1 september 2018 te herstellen en hersteld te houden. [appellant sub 2] is eigenaar van panden in Utrecht die hij kamergewijs verhuurt. De woning is één van deze panden. De woning is een bovenwoning met twee woonlagen. Op 13 april 2017 hebben toezichthouders van de gemeente een inspectie uitgevoerd in en aan de woning. Bij brief van 11 juli 2017 heeft het college [appellant sub 2] op de hoogte gesteld van de gebreken die tijdens die inspectie zijn geconstateerd. Het college heeft [appellant sub 2] daarbij in de gelegenheid gesteld de geconstateerde gebreken voor 15 oktober 2017 te herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken