ABRvS 29 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1831

Bij besluit van 23 april 2019 heeft de korpschef van politie (hierna: de korpschef) het aan [appellant] verleende verlof tot het voorhanden hebben van wapens en/of munitie ten behoeve van de schietsport ingetrokken. [appellant] is voorzitter van [schietvereniging]. In 2018 hebben twee leden van die schietvereniging een aanvraag ingediend middels een WM3-formulier, dat is een aanvraag voor een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en/of munitie ten behoeve van de schietsport. Deze aanvraag riep vragen op bij de korpschef. Dat was aanleiding voor hem om nader onderzoek te doen naar de schietvereniging. Dit onderzoek leverde ook vragen op naar het handelen van [wapenhandel] (hierna: de wapenhandel). Deze wapenhandel is daarom ook verder onderzocht. De onderzoeksresultaten staan in een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van 15 juli 2019.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken