ABRvS 29 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1830

Bij besluit van 20 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een tijdelijke bewonersparkeervergunning verleend. [appellant] woont in een dijkhuis aan de Nieuwendammerdijk. Voor de voorgevel van de woning ligt een bestraat terras dat bij de woning hoort (terras). Het college heeft aan [appellant] op zijn aanvraag om een bewonersvergunning een tijdelijke vergunning tot 1 juli 2019 verleend. Aan hem is geen permanente vergunning verleend omdat hij hierop geen recht heeft omdat hij voor zijn huis een terras heeft waar hij een auto kan parkeren (stallingsplaats). Bij het besluit op bezwaar is nader gemotiveerd dat [appellant] over twee auto’s en een stallingsplaats beschikt, waardoor hem op grond van de parkeerverordening één bewonersvergunning wordt verleend in plaats van het maximum van twee. Het college heeft geen aanleiding gezien de hardheidsclausule toe te passen. Volgens [appellant] is het terras niet geschikt als parkeerplaats.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken