ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1604

Bij besluit van 18 februari 2020 heeft het CBR aan [appellante] een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het CBR het rijbewijs van [appellante] per 17 juni 2020 ongeldig verklaard. [appellante] is als bestuurder van een auto op 15 januari 2020 staande gehouden door politieagenten van de eenheid Den Haag. De korpschef van de politie-eenheid Den Haag heeft een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994) opgemaakt. Uit die mededeling blijkt dat de politieagenten hebben geconstateerd dat [appellante] met ongeveer 50 km/u over de snelweg reed waar 100 km/u was toegestaan, waardoor andere weggebruikers moesten uitwijken. Verder heeft [appellante] geen gevolg gegeven aan een volgteken en reed zij een zogeheten puntstuk op. Toen [appellante] moest volgen gebruikte zij haar richtingaanwijzers verkeerd. Op het moment dat de politie haar staande hield, bleef de auto doorrollen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken