ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1541
Bij besluit van 18 maart 2019 heeft de burgemeester van Utrecht de horeca-inrichting van [appellant], [bedrijf] aan de [locatie] te Utrecht, met ingang van 15 maart 2019 voor de duur van vijf weken gesloten. De burgemeester heeft bij besluit van 18 maart 2019 de horeca-inrichting van [appellant], [bedrijf] aan de [locatie] te Utrecht, met ingang van 15 maart 2019 voor de duur van vijf weken gesloten. De burgemeester heeft hieraan een bestuurlijke rapportage van de politie ten grondslag gelegd, waarin volgens hem onder meer is vermeld dat op vrijdag 15 maart 2019 meerdere keren is geschoten op de horeca-inrichting van [appellant], waarbij ook de daarboven gelegen woning door kogels is geraakt. Met het oog op de bescherming van de openbare orde en veiligheid en de woon- en leefomgeving heeft de burgemeester op grond van artikel 22, tweede lid, van de Horecaverordening 2018 de horeca-inrichting voor de duur van vijf weken gesloten.
De uitspraak op rechtspraak.nl