ABRvS 18 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1423

Bij besluit van 23 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd [appellante] een onttrekkingsvergunning voor woningvorming te verlenen. [appellante] heeft op 12 december 2016 een woning gelegen aan de [locatie] in Den Haag gekocht. Zij heeft vervolgens de woning bouwkundig gesplitst in vier woningen. Op 2 november 2017 heeft het college aan haar een omgevingsvergunning verleend voor deze bouwkundige splitsing. Vervolgens heeft [appellante] het college verzocht haar een onttrekkingsvergunning voor woningvorming te verlenen. Het college heeft bij besluit van 23 januari 2019 geweigerd [appellante] een onttrekkingsvergunning te verlenen en heeft deze weigering in bezwaar, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie, gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken