ABRvS 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1243

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waterland besloten over te gaan tot invordering van een dwangsom van € 50.000,00. Deze dwangsom vloeit voort uit de last die bij besluit van 29 november 2017 aan [vader van appellant], als toenmalige drijver van de inrichting aan de [locatie] te Katwoude, is opgelegd. Daarnaast heeft het college bij besluit van 20 oktober 2020 [appellant] opnieuw een last onder dwangsom opgelegd om de in het besluit genoemde milieuovertredingen op het perceel [locatie] te voorkomen en daarmee beëindigd te houden. [appellant] exploiteert een veehouderij op het perceel [locatie]. [vader van appellant] (hierna: [vader]) heeft deze veehouderij per 1 april 2019 aan hem overgedragen. Op het perceel is een aantal gebouwen aanwezig. De onbebouwde delen van het perceel zijn verdeeld in secties, waar opslag van verschillende materialen plaatsvindt. In de secties P en O is door deze opslag een wal ontstaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken