ABRvS 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1220

Bij besluit van 24 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling een aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. In geschil is of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de door [appellant] gestelde planschade voor zijn rekening blijft op de grond dat hij het risico van de planologische ontwikkeling heeft aanvaard bij de aankoop van de onroerende zaak. [appellant] is sinds 5 januari 2010 eigenaar van de recreatiewoning aan de [locatie] te Midsland (hierna: de recreatiewoning). Op 29 juli 2015 heeft hij verzocht om een tegemoetkoming in planschade die hij in de vorm van waardevermindering van de recreatiewoning heeft geleden als gevolg van een besluit van 22 mei 2012, waarbij het college met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omgevingsvergunning heeft verleend voor het plaatsen van een telecommunicatiemast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken