ABRvS 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1203
Bij besluit van 14 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand een vergoeding vastgesteld voor door [appellant] verleende rechtsbijstand. [appellant] heeft op basis van een toevoeging rechtsbijstand verleend in een procedure over de hoogte van een WAO-uitkering. In dit verband heeft hij hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Bij uitspraak van 18 december 2019 heeft de Centrale Raad van Beroep de Staat der Nederlanden in de proceskosten veroordeeld tot een bedrag van € 256,00. De Centrale Raad van Beroep is tot deze proceskostenveroordeling overgegaan omdat de redelijke termijn was overschreden. Op 30 december 2019 heeft [appellant] de raad verzocht om vaststelling van de vergoeding voor de door hem verleende rechtsbijstand. Bij besluit van 14 januari 2020 heeft de raad de vergoeding vastgesteld op € 1.117,18.
De uitspraak op rechtspraak.nl