ABRvS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:985
Bij besluit van 24 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling komt uit Nigeria en heeft op 6 september 2018 in Frankrijk om internationale bescherming verzocht. Aangezien de vreemdeling eerder een verzoek om internationale bescherming in Oostenrijk had ingediend, heeft Frankrijk Oostenrijk verzocht de vreemdeling terug te nemen. Oostenrijk heeft dit terugnameverzoek op 4 oktober 2018 aanvaard. Omdat de vreemdeling was ondergedoken, heeft de overdracht tussen Frankrijk en Oostenrijk niet plaatsgevonden. De vreemdeling heeft vervolgens op 27 maart 2019 in Nederland een verzoek om internationale bescherming ingediend. De staatssecretaris heeft op 3 mei 2019 krachtens artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk gehouden voor de behandeling van dit verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl