ABRvS 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:963

Bij besluit van 4 december 2018 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR). het verzoek van [appellant] om herziening van het besluit van 7 juli 2017, waarbij hem een Educatieve maatregel alcohol en verkeer is opgelegd, afgewezen. De Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Deze mededeling houdt in dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel geschiktheid om een motorrijtuig van de categorieën AM, B en T te besturen. Dat zijn de categorieën waarvoor het rijbewijs van [appellant] is afgegeven. Aan deze mededeling ligt ten grondslag dat [appellant] volgens een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van 18 juni 2017 op diezelfde datum een voertuig zou hebben bestuurd terwijl hij teveel alcohol had gedronken. Hij moest meewerken aan een ademonderzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken