ABRvS 30 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:936

Bij besluit van 15 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft de staatssecretaris de verblijfsvergunning regulier van de vreemdeling ingetrokken omdat de vreemdeling eerder langer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven. Hij heeft dit besluit per post naar het laatst bekende adres van de vreemdeling verzonden maar daarna per post weer retour ontvangen. De vreemdeling is op 22 januari 2021 in persoon geïnformeerd over het besluit tot intrekking. Deze zaak gaat over de vraag of de staatssecretaris het besluit tot intrekking op de voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt. Daarmee hangt samen de vraag of de vreemdeling al dan niet rechtmatig in Nederland verbleef toen hij op 15 februari 2021 krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring werd gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken