ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:921

Bij besluit van 10 oktober 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] heeft de Ghanese nationaliteit en verblijft bij haar minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit. [appellante] heeft sinds 18 juli 2017 een verblijfsdocument met de aantekening 'Familielid van een burger van de Unie', ontleend aan artikel 20 van het VWEU (een Chavez-Vilchez verblijfsrecht). De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verblijfsrecht een tijdelijk karakter heeft. Daarom bestaan bedenkingen tegen haar verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken