ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:896
Bij besluit van 31 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de marktvergunning van [appellant] ingetrokken. [appellant] was marktvergunninghouder op de markt aan de Herman Costerstraat te Den Haag voor de maandag van standplaats 2.04 en 2.05, voor de woensdag van standplaats 4.25 en 4.26, voor de vrijdag van standplaats 3.69 en 3.70b en voor de zaterdag van standplaats 6.16. Op 2 december 2016 is de Marktverordening Den Haag 2016 in werking getreden en op 1 januari 2017 het Marktreglement Den Haag 2016. Persoonlijke aanwezigheid van de vergunninghouder op de standplaats op de Haagse Markt werd in het Marktreglement weer als regel ingevoerd. In juni 2018 heeft het college [appellant] laten weten dat is vastgesteld dat [appellant] het maximale aantal dagen benaderde waarop hij afwezig mocht zijn. Volgens de toen bekende gegevens was hij dat jaar verspreid over vier marktdagen in totaal 90 dagen afwezig geweest.
De uitspraak op rechtspraak.nl