ABRvS 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:845
Bij uitspraak van 4 maart 2019 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van een verzoek van [appellante] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: de staatssecretaris) te veroordelen tot schadevergoeding. Op 29 december 2014 heeft [appellante] opnieuw een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Ter onderbouwing van de aanvraag heeft zij bij brief van 31 mei 2016 een rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek van 18 maart 2016 overgelegd. Bij besluit van 27 september 2016 heeft de staatssecretaris de aanvraag ingewilligd en de door [appellante] gevraagde vergunning met ingang van 29 december 2014, geldig tot 29 december 2019, aan haar verleend. Bij brief van 26 maart 2018 heeft [appellante], onder verwijzing naar een factuur van het iMMO van 8 oktober 2015, de staatssecretaris verzocht om over te gaan tot vergoeding van de kosten van het rapport van 18 maart 2016 ter hoogte van € 2.359,50.
De uitspraak op rechtspraak.nl