ABRvS 21 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:838

Bij uitspraak van 2 juli 2019 heeft de rechtbank Rotterdam een verzoek van [appellant] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (hierna: de staatssecretaris) te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. Bij brief van 13 november 2018 heeft [appellant] de rechtbank Rotterdam verzocht de staatssecretaris op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb te veroordelen tot vergoeding van schade wegens onrechtmatige besluitvorming tot een bedrag van € 4.780,00. In deze brief heeft [appellant] gesteld dat de schade het gevolg is van de onrechtmatige vreemdelingenbewaring tijdens een periode waarin hij, naar achteraf is gebleken, rechtmatig verblijf had. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank Rotterdam het verzoek om schadevergoeding terecht heeft afgewezen. Op 12 april 2016 is [appellant] in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 8 juni 2016 is de bewaring opgeheven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen