ABRvS 16 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:806
Bij besluit van 13 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland het verzoek van de Stichting om handhavend op te treden tegen handelingen die door GEM Bloemendalerpolder C.V. zonder of in afwijking van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming worden verricht en om invordering van dwangsommen, afgewezen. GEM realiseert in de Bloemendalerpolder in Weesp een woonwijk met 2.750 woningen met de daarbij behorende voorzieningen. Het project is onderverdeeld in een aantal gebiedsdelen en fasen, waarin werkzaamheden zullen plaatsvinden. Omdat de Bloemendalerpolder leefgebied is van verschillende diersoorten heeft het college aan GEM voor de realisering van het project verschillende ontheffingen verleend van een aantal verbodsbepalingen van de Wnb. Deze ontheffingen hebben onder meer betrekking op de beschermde diersoorten heikikker, rugstreeppad, platte schijfhoren (een soort slak), hermelijn, wezel en ringslang.
De uitspraak op rechtspraak.nl