ABRvS 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:744
Bij besluit van 27 mei 2019 heeft de minister de aanvraag van [appellant] van 9 maart 2019 om toewijzing van een verklaring omtrent het gedrag voor de aanvraag van een chauffeurskaart bij KIWA Register B.V. afgewezen. Niet in geschil is dat de aanvraag van [appellant] kon worden geweigerd op grond van het zogenoemde objectieve criterium wanneer alleen daaraan zou worden getoetst. Ter beoordeling staat of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat aan het belang van de samenleving bij bescherming tegen het door middel van het objectieve criterium vastgestelde risico meer gewicht toekomt dan aan het belang van [appellant] bij afgifte van de VOG, het zogenoemde subjectieve criterium.
De uitspraak op rechtspraak.nl