ABRvS 17 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:593
Bij besluit van 14 september 2017 heeft de burgemeester van Rotterdam een aan [appellante sub 1] verleende exploitatie- en Drank- en Horecawetvergunning voor [café], gevestigd aan de [locatie] te Rotterdam, ingetrokken. [appellante sub 1] exploiteerde [café], gevestigd aan de [locatie] te Rotterdam. Daarvoor had zij op 29 december 2015 een exploitatie- en DHW-vergunning verkregen. De burgemeester heeft deze vergunningen ingetrokken op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, in samenhang gelezen met de artikelen 7, eerste lid, van de Wet Bibob en 31, derde lid, aanhef en onder a, van de Drank- en Horecawet. De burgemeester heeft dat gedaan omdat volgens hem uit een advies van het Landelijk Bureau Bibob (hierna: LBB) van 19 juli 2017 blijkt dat een ernstig gevaar bestaat dat de aan [appellante sub 1] verleende exploitatie- en DHW-vergunning mede zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.
De uitspraak op rechtspraak.nl