ABRvS 17 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:590
Bij besluit van 9 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tiel de werkzaamheden van [bedrijf] met betrekking tot het toepassen van grond op het perceel [locatie] te Tiel stilgelegd. [appellant] wil op het perceel woningbouw ontwikkelen. Omdat op deze locatie sprake is van ernstige bodemverontreiniging is er in het kader van de sanering daarvan voorzien in het aanbrengen van een leeflaag van grond met een dikte van 1 m. Daartoe is [bedrijf] in opdracht van [appellant] overgegaan. Het college heeft de werkzaamheden stilgelegd en een last onder dwangsom opgelegd, omdat [bedrijf] grond heeft aangebracht die bodemvreemd materiaal (glas en puin) en asbestverdacht materiaal bevatte. De grond kwam niet overeen met de grond uit de partijkeuringen die behoorden bij de geaccepteerde melding Besluit bodemkwaliteit. Het college heeft de bezwaren van [bedrijf] tegen de daarop betrekking hebbende besluiten gegrond verklaard en deze besluiten herroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:595
- ABRvS 6 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3066
- ABRvS 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:134
- ABRvS A-G Widdershoven 22 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3557
- ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1252
- ABRvS 23 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP8763
- ABRvS 15 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ2275