ABRvS 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:489
Bij besluit van 15 april 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van [appellante] om herziening van de huurtoeslag over 2016 afgewezen. Volgens de Belastingdienst/Toeslagen heeft [appellante] over 2016 te veel voorschot huurtoeslag ontvangen omdat zij voordeel uit sparen en beleggen heeft genoten. De dienst heeft de definitief berekende huurtoeslag over 2016 daarom op nihil gesteld. Bij besluit van 11 december 2017 heeft de dienst het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] is hiertegen niet in beroep gegaan zodat dit besluit in rechte vaststaat. [appellante] heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om de definitief berekende huurtoeslag te herzien. Volgens haar heeft zij recht op elf maanden huurtoeslag omdat ze pas op 1 december 2016 met haar partner is gaan samenwonen en haar partner pas vanaf die datum als haar toeslagpartner kan worden aangemerkt. De dienst heeft dit verzoek afgewezen en het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl