ABRvS 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:48
Bij besluit van 28 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (lees: de burgemeester van Amsterdam; hierna: de burgemeester) de aanvraag van [wederpartij] om afgifte van een rijbewijs afgewezen. Op 28 november 2018 heeft [wederpartij] een rijbewijs aangevraagd. Bij besluit van dezelfde dag heeft de burgemeester deze aanvraag afgewezen, omdat [wederpartij] niet rechtmatig in Nederland verblijft. De burgemeester heeft het besluit van 28 november 2018 gehandhaafd bij besluit van 8 mei 2019. Aan het besluit van 8 mei 2019 heeft de burgemeester een advies van de bezwaarcommissie van 8 mei 2019 ten grondslag gelegd. De commissie wijst erop dat ingevolge artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met d en l, van de Vreemdelingenwet 2000 is vereist om een rijbewijs te kunnen krijgen.
De uitspraak op rechtspraak.nl