ABRvS 3 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:445

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] om een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag ingediend ter verkrijging van een VOG. Die VOG heeft hij aangevraagd om de door hem gewenste functie van taxichauffeur te kunnen vervullen. De minister heeft bij de beoordeling van de aanvraag van [appellant], de criteria gehanteerd die zijn neergelegd in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2018. Daarnaast heeft de minister het specifieke screeningsprofiel ‘taxibranche; chauffeurspas’ op de aanvraag toegepast. Omdat [appellant] binnen de terugkijktermijn is voorgekomen in het JDS, heeft de minister de gegevens van [appellant] zonder tijdsbeperking uit het JDS ontvangen. Hieruit is gebleken dat [appellant] in de periode van 2001 tot en met 2011 in aanraking is gekomen met justitie vanwege drugsdelicten, diefstallen, verkeersdelicten, fraude en vermogensdelicten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken