ABRvS 19 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:343

Tijdens de zitting op 26 januari 2021 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraden mr. C.H.M. van Altena (de voorzitter) en mr. E.J. Daalder (de rapporteur) als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken nrs. 202003005/1/R1 en 202003006/1/R1. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat als gevolg van de gang van zaken ter zitting van 26 januari 2021 de staatsraden bij hem de indruk hebben gewekt partijdig en vooringenomen te zijn. [verzoeker] voert hierover aan dat hij zich ter zitting niet serieus genomen voelde. Uit de opmerking van de rapporteur dat het hier om een burenruzie gaat en uit het feit dat hij het college als objectief betitelde, blijkt volgens [verzoeker] dat de rapporteur het voorliggende probleem niet heeft onderkend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen