ABRvS 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2851

Bij besluit van 31 januari 2019 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd. Op 23 december 2018 heeft de Politie Eenheid Den Haag aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Daarin staat dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid vereist voor het besturen van de categorieën B, BE en AM van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven, omdat hij op 22 december 2018 herhaaldelijk over een dubbel getrokken middenstreep op de weg reed en meerdere malen op vreemde plaatsen zijn rempedaal kort induwde. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft meegewogen dat de waarnemingen van de agent niet in een ambtsedig proces-verbaal of in een mutatierapport zijn opgenomen. Ook is de mededeling van 23 december 2018 inhoudelijk onvoldoende nauwkeurig en uitgebreid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken