ABRvS 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2844
Bij besluit van 18 september 2019 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [wederpartij] tot het vernieuwen van zijn vaarbevoegdheidsbewijs, afgewezen. [wederpartij] heeft in 2019 een aanvraag gedaan tot het vernieuwen van zijn vaarbevoegdheidsbewijs. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [wederpartij] niet in het bezit was van alle benodigde certificaten. Hierdoor beschikte [wederpartij] niet over de bekwaamheidsbewijzen die vereist zijn voor afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs. Daarnaast was [wederpartij] op het moment van de aanvraag niet in het bezit van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs. Zijn vaarbevoegdheidsbewijs was op dat moment langer dan vijf jaar verlopen. De minister betoogt dat de rechtbank een verkeerde toepassing heeft gegeven aan artikel 8 van het Besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl