ABRvS 15 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2838

Bij besluit van 28 februari 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam aan [appellanten sub 2] een noodbevel gegeven voor de duur van drie maanden. Bij besluit van 5 juli 2019 heeft de burgemeester het door [appellanten sub 2] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het noodbevel voor de periode van 27 maart 2019 tot 28 mei 2019 herroepen. [appellanten sub 2] wonen in een rijtjeswoning aan het [locatie] te Rotterdam. De woning is gelegen in een kindvriendelijke woonwijk met een kinderspeelplaats voor de deur. Op 13 februari 2019 heeft een anonieme beller bij de politie gemeld dat zich in de woning vermoedelijk kogelgaten bevinden en op 17 februari 2019 heeft een buurtbewoner bij de politie gemeld dat de woning ’s nachts beschoten is. De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester op basis van de schietincidenten het standpunt mocht innemen dat zich een noodsituatie voordeed en dat door herhaling binnen zeer korte tijd sprake is van een ernstige vrees voor het ontstaan ervan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken