ABRvS 8 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2747
Bij besluit van 11 maart 2019 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rivierenland aan [vergunninghoudster] een waterwetvergunning verleend op grond van artikel 3.2 van de Keur Waterschap Rivierenland 2014 ten behoeve van de bouw van twee dijkwoningen en het plaatsen van keerwanden op het perceel aan de [locatie 1] in Ophemert. De dijkwoningen komen voor een groot deel in de beschermingszone van de primaire waterkering en voor een klein deel in de primaire waterkering ter plaatse van het perceel [locatie 1] in Ophemert. Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft het college de bezwaren van [appellant] ongegrond verklaard en het besluit van 11 maart 2019 in stand gelaten. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Ophemert, tegenover het perceel aan de [locatie 1] waarvoor de waterwetvergunning is verleend. [appellant] stelt dat de bouw van de twee dijkwoningen de veiligheid van de dijk aantast.
De uitspraak op rechtspraak.nl