ABRvS 10 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:270

Bij besluit van 17 mei 2018 heeft de korpschef van politie een aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen. [appellant] heeft de korpschef op 12 februari 2018 verzocht hem een jachtakte als bedoeld in artikel 3.26 van de Wet natuurbescherming te verlenen. De korpschef heeft zich op het standpunt gesteld dat er reden is om te vrezen dat [appellant] het onder zich hebben van wapens en munitie niet kan worden toevertrouwd. Uit een uittreksel van het Justitiële Documentatiesysteem volgt dat [appellant] in de acht jaar voorafgaand aan de aanvraag op 15 januari 2014 wegens mishandeling een transactie is aangegaan. Daarnaast volgt uit het JDS dat [appellant] op 12 oktober 2013 een transactie is aangegaan wegens huiselijk geweld. De korpschef heeft daarom de jachtakte geweigerd op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet wapens en munitie in samenhang gelezen met de Circulaire wapens en munitie 2018.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken