ABRvS 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2689

Bij besluit van 13 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft [appellant] het Nederlanderschap geweigerd op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde. Hiertoe heeft de staatssecretaris redengevend geacht dat de strafrechter [appellant] bij vonnis van 21 juni 2017 onherroepelijk heeft veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis wegens een opiumdelict. Op 30 augustus 2017 heeft [appellant] de werkstraf voltooid. [appellant] heeft het verzoek ingediend op 5 maart 2018. Dat is binnen de zogenoemde rehabilitatietermijn van vier jaar als bedoeld in paragraaf 5 van de toelichting op artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de RWN, in de Handleiding RWN, zoals die luidde ten tijde van het verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken