ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2626

Bij besluit van 28 februari 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken. [appellant sub 2] is geboren op [geboortedatum] 1963, bezit de Marokkaanse nationaliteit en was van [datum] 1993 tot en met [datum] 2002 getrouwd met [persoon 1]. Bij besluit van 2 december 2002 heeft de staatssecretaris [appellant sub 2] een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend voor verblijf bij partner [persoon 2]. Bij besluit van 2 februari 2010 heeft de staatssecretaris [appellant sub 2] een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd verleend met de aantekening 'EG-langdurig ingezetene'. Bij Koninklijk Besluit van 19 juni 2014 is aan [appellant sub 2] het Nederlanderschap verleend. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap van [appellant sub 2] ingetrokken krachtens artikel 14, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken