ABRvS 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2442
Bij besluit van 9 januari 2019 hebben de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Financiën een aanvraag van GKN om de door haar gestelde financiële zekerheid op basis van artikel 15f van de Kernenergiewet goed te keuren afgewezen. GKN is eigenaar van de kerncentrale Dodewaard (hierna: de KCD). Deze kerncentrale is in 1997 stilgelegd. Vervolgens is bij besluit van 1 mei 2002 aan GKN een vergunning verleend om de KCD tot aan de daadwerkelijke ontmanteling voor een periode van 40 jaar in een toestand van veilige insluiting te houden. Er is hier onder meer voor gekozen omdat dit kostenvoordelen mee zou brengen. Door oprenting zou het vermogen van GKN gedurende deze periode van 40 jaar kunnen groeien tot het voor de ontmanteling benodigde bedrag. Aan die vergunning waren voorschriften verbonden, onder meer dat GKN verplicht was om de noodzakelijke voorzieningen te treffen voor het beheer van de financiële middelen voor het afwikkelen van de uiteindelijke ontmanteling van de centrale.
De uitspraak op rechtspraak.nl