ABRvS 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2427

Bij besluit van 8 april 2019 heeft de raad voor rechtsbijstand kantoor Arnhem een aanvraag van [appellante] om vergoeding van de door haar op basis van een toevoeging bestede reistijd aan en gemaakte reiskosten voor het bezoeken van een rechtzoekende, afgewezen. Op 5 april 2017 heeft [appellante], ten behoeve van [cliënt], een toevoeging aangevraagd voor het instellen van beroep tegen de afwijzing van een aanvraag van [cliënt] om een verblijfsvergunning asiel. Daarop is door de raad de toevoeging met kenmerk 5DG1262 verleend. Op 9 maart 2019 heeft [appellante] de raad verzocht om aan haar een vergoeding toe te kennen voor de door haar op basis van die toevoeging verleende rechtsbijstand, alsook voor de door haar op basis daarvan bestede reisuren en gemaakte reiskosten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen