ABRvS 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2393
Bij besluit van 14 juni 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen het oprichten van een balkon aan de achtergevel ter hoogte van de tweede verdieping van het gebouw aan [locatie 1] te Amsterdam, afgewezen. [appellante] is bewoonster van de eerste verdieping van de woning aan de [locatie 2], te Amsterdam. [partij] is de eigenaar van de eerste en tweede verdieping van dit gebouw en heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten van een balkon aan de achtergevel van het gebouw, ter hoogte van de tweede verdieping. De omgevingsvergunning is op 5 december 2016 verleend en is in rechte onaantastbaar. Het balkon is in 2017 aan de achtergevel gebouwd. Naar aanleiding hiervan heeft [appellante] op 24 mei 2017 bij het college een verzoek ingediend om handhavend op te treden, omdat het balkon volgens haar in afwijking van de omgevingsvergunning en het Bouwbesluit 2012 (hierna: Bouwbesluit) is gebouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl