ABRvS 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2376
Bij onderscheiden besluiten van 7 februari 2019 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand twee aparte aanvragen van [appellante] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen. Op 7 december 2018 heeft mr. B.B.A. Willering, namens [appellante], twee aparte toevoegingen aangevraagd voor het verlenen van rechtsbijstand in (een) klachtenprocedure(s) bij de deken van de Orde van Advocaten (in het arrondissement Amsterdam). In die procedure(s) staan de door [appellante] en haar ex-echtgenoot ingediende klachten tegen twee advocaten, te weten mr. P.D. Popescu en mr. B. Coskun, centraal. Deze twee advocaten zouden aan hen geen adequate bijstand in rechte hebben verleend, nadat zij beschuldigd werden van uitkeringsfraude. De toevoegingsaanvragen zijn door de raad bij de onderscheiden besluiten van 7 februari 2019 afgewezen. Volgens de raad heeft [appellante] voor (het voeren van) die klachtenprocedure(s) geen bijstand van een advocaat nodig.
De uitspraak op rechtspraak.nl