ABRvS 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2306
Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant ontheffing verleend van de verbodsbepalingen uit de artikelen 3.1, eerste lid en 3.5, eerste lid van de Wet natuurbescherming voor in het besluit genoemde vogel- en vleermuissoorten. Daarnaast heeft het college ontheffing verleend van de verbodsbepalingen uit de artikelen 3.5, eerste, tweede en vierde lid, artikel 3.6, tweede lid, van de Wnb en artikel 3.10, eerste lid, onder a en b, voor de in het besluit genoemde reptielen en amfibieën. Tot slot heeft het college de aanvraag om een ontheffing afgewezen voor de vogelsoorten paapje, grauwe gans en kolgans. De verleende ontheffing heeft betrekking op de gevolgen die de bouw en exploitatie van windpark De Pals heeft of kan hebben voor op grond van de Wnb beschermde soorten. Het windpark bestaat uit vier windturbines in lijnopstelling, inclusief bijbehorende voorzieningen. Het windpark ligt langs de noordzijde van de rijksweg A67, met een tiphoogte van maximaal 240 m.
De uitspraak op rechtspraak.nl