ABRvS 13 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2280
Bij besluit van 23 augustus 2019 heeft de korpschef van politie de toestemming voor [appellant] om werkzaamheden te mogen verrichten bij [recherchebureau] ingetrokken. De korpschef heeft zijn toestemming voor [appellant] om werkzaamheden te verrichten bij [recherchebureau] ingetrokken omdat de politie tijdens een onderzoek naar een inbraak in een door [appellant] gehuurde kantoorruimte een vuurwapen heeft aangetroffen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat [appellant] daardoor onvoldoende betrouwbaar is om werkzaamheden bij [recherchebureau] te verrichten en dat de korpschef de toestemming daarom mocht intrekken. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef hem onvoldoende betrouwbaar mocht achten. Hij had het vuurwapen gevonden, maar was nog niet in de gelegenheid geweest om het naar de politie te brengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl