ABRvS 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2236
Bij besluit van 5 oktober 2018 heeft het college [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.500,- en deze meteen ingevorderd. [appellant] is eigenaar van de woning op de [locatie] te Amsterdam. Deze woning verhuurde hij aan [huurder]. Naar aanleiding van een melding woonfraude, zijn toezichthouders van de gemeente Amsterdam op 11 april 2018 om 8:30 uur bij de woning langsgegaan. De bevindingen van het bezoek zijn opgenomen in een op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van 13 april 2018. In de bestuurlijke rapportage is opgenomen dat naast [huurder] nog twee personen in de woning aanwezig waren. [huurder] heeft verklaard dat hij de huur van € 1.750,- per maand niet alleen kon opbrengen en daarom drie andere personen in de woning heeft laten intrekken. Hij sliep zelf in de woonkamer. Volgens [huurder] was [appellant] op de hoogte van het feit dat twee slaapkamers werden gehuurd en doorverhuurd door [bedrijf].
De uitspraak op rechtspraak.nl