ABRvS 6 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2234

Bij besluit van 8 februari 2019 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet politiegegevens afgewezen. Bij e-mail van 11 juli 2018 heeft [appellant] de korpschef verzocht inzage te verlenen in de persoonsgegevens die van hem worden verwerkt. Het gaat in het bijzonder om gegevensverwerking door het TCI, gegevensverwerking in het kader van rechtshulpverzoeken en gegevens die zijn verwerkt in lopende en afgesloten onderzoeken. Bij het besluit van 8 februari 2019 heeft de korpschef inzage in zijn gegevensverwerking geweigerd. De korpschef stelt dat geen gegevensverwerking heeft plaatsgevonden in het Schengen Informatie Systeem, het Nationale Opsporingsregister en het Gedetineerden Recherche Informatiepunt. Bij het TCI van de Landelijke eenheid, de eenheid Rotterdam en de Koninklijke Marechaussee heeft wel gegevensverwerking plaatsgevonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken