ABRvS 22 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2113

Bij besluit van 20 augustus 2018 heeft de korpschef van politie de door [bedrijf] gevraagde toestemming om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten geweigerd. Een particuliere beveiligingsorganisatie heeft toestemming van de korpschef nodig om iemand voor het bedrijf te laten werken. Het bedrijf [bedrijf] heeft deze toestemming voor [appellant] gevraagd. De korpschef heeft deze toestemming geweigerd. Aan de in bezwaar gehandhaafde weigering heeft de korpschef artikel 7, vierde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus en paragraaf 2.3, aanhef en onder b, van de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2014 ten grondslag gelegd. Volgens de korpschef zijn de betrouwbaarheid en integriteit van [appellant] niet boven iedere twijfel verheven. [appellant] is binnen acht jaar voorafgaand aan het moment van toetsing veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken