ABRvS 25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897

Bij besluit van 11 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat hij het aanmeren met een Nautic Loft in jachthaven ’t Fissertje aan de Beatrixlaan 42 in Kaag binnen twee weken moet beëindigen en beëindigd moet houden. Op 20 april 2018 is tijdens een controle door een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat de Nautic Loft, in eigendom van [wederpartij], in de jachthaven was aangemeerd. Naar aanleiding van deze controle heeft het college aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft de Nautic Loft aangemerkt als woonschip en het aanmeren van een woonschip op die plek is volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, in samenhang met artikel 19 van het bestemmingsplan "Kaag". De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden tegen het aanmeren van de Nautic Loft.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken