ABRvS 25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1889
Bij besluit van 12 februari 2020 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank de remigratievoorzieningen die krachtens de Remigratiewet aan [appellante] zijn toegekend, ingetrokken. De raad van bestuur heeft in het besluit van 22 november 2018 krachtens de Remigratiewet aan [appellante] voorzieningen toegekend. In deze procedure gaat het om de intrekking van die voorzieningen, omdat de echtgenoot van [appellante] niet met haar mee is geremigreerd. De raad van bestuur heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de echtgenoot weliswaar samen met [appellante] naar Armenië is vertrokken, maar dat zij niet gezamenlijk hun hoofdverblijf naar Armenië hebben verplaatst. Daarvoor heeft de raad van bestuur er op gewezen dat de echtgenoot zijn huurwoning in Hoofddorp heeft aangehouden en slechts kort - minder dan twee maanden - in Armenië heeft verbleven. Ook hebben [appellante] en haar echtgenoot in Armenië geen zelfstandige woning betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl