ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1877

Bij besluit van 4 december 2019 heeft het CBR aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 29 november 2019 is aan het CBR een schriftelijke mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. In die mededeling is vermeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. Deze mededeling is gebaseerd op een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van snelheid van de politie, eenheid Noord-Holland, van 17 november 2019. Volgens dat proces-verbaal heeft verbalisant geconstateerd dat [appellant] op die dag om 23:28 uur als bestuurder van een personenauto binnen de bebouwde kom de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 70 km/h heeft overschreden met 51 km/h.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken