ABRvS 11 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1795

Bij brief van 16 december 2018 heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 10 april 2020 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het college van burgemeester en wethouders van Doesburg heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [appellant] woont aan de [locatie] in Doesburg. Hij heeft groenpercelen van de gemeente Doesburg aangekocht. Daarna heeft hij twee blokhutten op de aangekochte percelen gebouwd. Hij heeft beroep bij de rechtbank ingesteld omdat hij het niet eens is met de gang van zaken rond de bouw van die blokhutten. [appellant] stelt zich op het standpunt dat de blokhutten zonder omgevingsvergunning mochten worden gebouwd. Nadat [appellant] de blokhutten had besteld en hij een aannemer had gecontracteerd voor de bouw daarvan, heeft de gemeente echter aan hem meegedeeld dat hiervoor een omgevingsvergunning nodig is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen