ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1686
Bij brief van 23 januari 2019 heeft [appellant] verzocht om verlenging van zijn inschrijvingen in het Register beëdigde tolken en vertalers. Bij brief van 18 februari 2019 heeft van Justitie en Veiligheid [appellant] meegedeeld dat zijn inschrijvingen in het Rbtv van rechtswege zijn vervallen. [appellant] stond tot 19 januari 2019 ingeschreven in het Rbtv. Hij heeft bij brief van 23 januari 2019, door de minister ontvangen op 25 januari 2019, om verlenging van zijn inschrijvingen verzocht. De minister heeft [appellant] meegedeeld dat de inschrijvingen van rechtswege zijn vervallen nu niet voor 19 januari 2019 om verlenging daarvan is verzocht. [appellant] kan alleen een verzoek tot (her)inschrijving indienen. De minister heeft het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 18 februari 2019 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl