ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1672
Bij besluit van 20 februari 2019 heeft directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer opgelegd. De inspecteur van politie, eenheid Zeeland-West-Brabant heeft op 11 februari 2019 het CBR op grond van artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 medegedeeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel geschiktheid om een motorrijtuig waarvoor een rijbewijs is vereist te besturen. Aan de mededeling ligt ten grondslag dat [appellant] volgens het door verbalisanten op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal ter zake artikel 8 Wvw 1994 van de politie, eenheid Oost-Nederland, van 25 november 2018 op deze datum als bestuurder van een motorrijvoertuig bij een verkeersongeval is betrokken en dat bij hem een ademalcoholgehalte van 685 µg/l (=1,576 ‰) is geconstateerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl